Strafrechter geeft doodschop aan sliding tackle

Tijdens een voetbalwedstrijd heeft een speler (de verdachte) sliding/tackle gemaakt in een poging een bal te onderscheppen, dan wel de tegenstander onderuit te halen. De speler die werd getackeld (het slachtoffer) heeft als gevolg van de actie een dubbele beenbreuk opgelopen en een scheurtje in zijn enkel gewricht. Dit soort tackles gebeuren wekelijks op het voetbalveld. Het Gerechtshof Den Haag (Hof Den Haag) heeft in deze zaak echter een verstrekkend oordeel gegeven.

Boete en taakstraf

Op 15 augustus 2017 heeft het Hof Den Haag (afdeling strafrecht) de verdachte veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 100 uur. Ook is een schadevergoeding toegewezen aan het slachtoffer van een bedrag van bijna € 9.000,-. Bijzonder aan dit arrest, is dat het Hof Den Haag niet uitlegt wat voor soort tackle wel acceptabel zou zijn en tevens op veel punten een ander oordeel geeft dan het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch in 2009 in een vergelijkbare zaak heeft gedaan. Dit op zichzelf is al bijzonder en voor de rechtszekerheid van de amateurvoetballer en sporter in het algemeen ook niet erg prettig. Men zou kunnen denken dat je beter in Oost-Brabant kunt sporten dan in Zuid-Holland.

Civielrechtelijke aansprakelijkheid

Niet vaak wordt een overtreding die plaatsvindt tijdens het spel strafrechtelijk bestraft. Ook in het kader van de civiele aansprakelijkheid geldt bij sporten een verhoogde aansprakelijkheidsdrempel. Immers, tijdens sport- en spelsituaties ontstaan ongelukken, al dan niet als gevolg van confrontaties en bij contactsporten is dat des te meer. Voetbal is zo’n contactsport. Door deel te nemen aan het spel, accepteert de speler een bepaalde mate van risico.

Strafrecht

De vraag die blijft, is op welke wijze een sliding/tackle ingezet mag worden, zonder dat men strafrechtelijke vervolging hoeft te vrezen. Daarnaast is het de vraag of het strafrecht het middel is om dit soort zaken te bestraffen. Te meer, nu in de zaak bij het Hof Den Haag de speler ook al een rode kaart had gekregen, dus via het verenigingsrecht bestraft is tijdens de wedstrijd en vervolgens nog door middel van een schorsing.

Dubbele bestraffing

Bij veel zaken die op het snijvlak liggen van het civiel recht en het strafrecht, zoals bijvoorbeeld verduistering, wordt er door het Openbaar Ministerie vaak voor gekozen niet tot vervolging over te gaan, omdat het Openbaar Ministerie meent dat de civiele weg voldoende handvaten geeft om iemands schade te verhalen. Het is dan ook opvallend dat in deze kwestie ondanks de sancties die via het verenigingsrecht zijn gegeven en de mogelijkheden om via een civiele procedure de schade op de verdachte te verhalen, er toch tot strafrechtelijke vervolging is overgegaan, met dit onduidelijk arrest als gevolg.

Sport en spel

Feitelijk stelt het Hof, dat hoewel er tijdens het handelen van de verdachte sprake was van een sportsituatie en de verdachte niet de bedoeling had het slachtoffer te blesseren, de actie van de verdachte niet binnen de grens is gebleven van wat spelers van elkaar hebben te verwachten tijdens het spel. Het Hof oordeelt dat de speler gevaarlijk spel speelde en hetgeen hij deed, een ernstige overtreding van de spelregels van het voetbal opleverde. Dit kan uiteraard zo zijn, maar is dit voldoende om tot een strafrechtelijke veroordeling over te gaan? Het Hof Den Haag oordeelt dat de verdachte weliswaar niet de bedoeling heeft gehad om de aangever letsel toe te brengen (blote opzet), maar dat hij wel een aanmerkelijke kans heeft geaccepteerd dat door zijn gedrag de tegenstander geraakt wordt of ten val wordt gebracht en dat daarmee de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans het slachtoffer pijn of letsel toe te brengen ten gevolge van zijn sliding. Hieruit volgt volgens het Hof Den Haag, dat de verdachte de voorwaardelijke opzet had, de ander te mishandelen.

Letsel

Door de tackle is er inderdaad letsel geweest, maar het feit blijft, dat deze tackles in het voetbal algemeen geaccepteerd zijn en soms goed gaan en soms niet goed gaan. Dit is aan de scheidsrechter om te beoordelen. Idem Rugbyers die elkaar blokken of te tackelen of meer nog treffender twee boksers die elkaar slaan. Het is de bedoeling om punten te scoren door bijvoorbeeld een klap tegen het hoofd of lichaam, waarbij de kans wordt geaccepteerd door beide partijen dat iemand pijn of letsel heeft. Om dan vervolgens te komen tot een strafrechtelijke veroordeling voor mishandeling, als gevolg van een dergelijke geaccepteerde spelsituatie, acht ik zeer opmerkelijk, maar ook ongewenst.

Sliding

Met name, nu het Hof in haar overweging accepteert dat het de bedoeling van de verdachte was balbezit te krijgen en dat de actie niet gericht was op het neerhalen of blesseren van de tegenstander. Juist dit element was in 2009 voor het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch de reden om de mishandeling en de voorwaardelijke opzet niet aan te nemen. Het Hof ’s-Hertogenbosch zegt namelijk, dat het uitmaakt hoe en op welke wijze de sliding is uitgevoerd. Bij een reguliere horizontale sliding, die te laat wordt ingezet, zou dit volgens het Hof ’s-Hertogenbosch niet leiden tot voorwaardelijke opzet, waar ik lees dat het Hof Den Haag dit wel als zodanig opvat. Dit verschil is logischerwijs ongewenst, omdat dit juist de essentie van de discussie raakt. Het Hof ’s-Hertogenbosch acht van belang, hoe de sliding is ingezet en het Hof Den Haag lijkt te stellen, dat enkel het eindresultaat geldt en niet de wijze waarop de sliding is ingezet.

Omstandigheden wedstrijd

Hoewel dit niet bij de schriftelijke beoordeling vermeld, kan het zijn dat de sfeer van de wedstrijd mee heeft gespeeld bij het buikgevoel van de Raadsheren en dus het oordeel van het Hof. In 2009 was er sprake van een normale wedstrijd, die fanatiek was en in de zaak van vorige maand was er vóór het incident al een rode kaart gegeven aan een medespeler van verdachte en heeft ook verdachte een rode kaart gekregen naar aanleiding van zijn overtreding en is de wedstrijd vervolgens gestaakt. Feitelijk zou dit er niet toe moeten doen, nu het niet gaat om de omstandigheden van de wedstrijden, maar formeel om de specifieke wijze waarop de overtreding c.q. handeling heeft plaatsgevonden.

Ongewenste gevolgen

Al met al is de uitspraak van het Hof Den Haag zeer ongewenst, omdat zij geen antwoord geeft op de vraag wanneer men wel of niet strafrechtelijk aansprakelijk is naar aanleiding van het inzetten van een sliding/tackle en op welke wijze dit dan zou moeten geschieden. Blijkbaar is voor het Hof Den Haag alleen het eindresultaat van de ingezette tackle van belang. Of de tackle wel of niet een blessure bij een tegenstander tot gevolg heeft. Daarnaast is in het ongewenst dat de strafrechter in een kwestie als deze, die geen exces is, een positie inneemt binnen de sport. Ik hoop dan ook dat de verdachte in cassatie gaat, zodat de Hoge Raad over deze kwestie nog een eindoordeel zal geven.

Mocht U nog vragen hebben naar aanleiding van dit artikel, neemt U dan contact met ons op.

Mr Remco Wortel
sectie Sport & Recht