Cumulatiegrond brengt tot dusver weinig verandering teweeg

In mijn eerdere blog schreef ik over de uitspraak van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland1, waarin een beroep op de i-grond (ook wel: cumulatiegrond) werd afgewezen. Tot een inhoudelijke beoordeling kwam het echter niet, omdat de werkgever had nagelaten deze ontslaggrond nader toe te lichten. Inmiddels zijn er meerdere uitspraken gedaan met betrekking tot de i-grond. In onderstaande blog wordt nader ingegaan op de feitenrechtspraak.

Rechtbank Oost-Brabant2         
Bij de rechtbank Oost-Brabant ging het om een geschil tussen werkgever en werknemer, waarbij de werkgever primair ontbinding van de arbeidsovereenkomst vorderde op grond van verwijtbaar handelen van de werknemer (art. 7:669 lid 3 onder e BW), subsidiair omdat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding (art. 7:669 lid 3 onder g BW) en meer subsidiair doet zij een beroep op de cumulatiegrond (art. 7:669 lid 3 onder i BW). Nadat een beroep op zowel de e-grond als de g-grond volgens de kantonrechter in onderliggend geval geen stand houdt, is tevens een beroep op de cumulatiegrond weinig succesvol. De kantonrechter oordeelt hiertoe als volgt:

“[verzoekster] heeft nagelaten deze ontslaggrond afzonderlijk toe te lichten en het is niet aan de rechter om – wanneer iedere toelichting ontbreekt – de omstandigheden die zijn aangevoerd in het kader van de afzonderlijke ontslaggronden in het kader van de i-grond te verzamelen en zelfstandig te beoordelen of dat voldoende is voor een voldragen i-grond. Daar komt bij dat hierboven al is geoordeeld dat geen van de aan het verzoek ten grondslag gelegde afzonderlijke ontslaggronden voldragen is. Ook in combinatie leveren zij niet voldoende grond op de arbeidsovereenkomst te beëindigen” (r.o. 5.14).

Ook de kantonrechter bij de rechtbank Midden-Nederland was dergelijk oordeel toegedaan.

Rechtbank Midden-Nederland          
In dit geval ging het eveneens om een geschil tussen werkgever en werknemer, waarbij werkgever ontbinding van de arbeidsovereenkomst vorderde primair wegens disfunctioneren van de werknemer (art. 7:669 lid 3 onder d BW) en subsidiair op grond van disfunctioneren in combinatie met een verstoorde arbeidsrelatie (art. 7:669 lid 3 onder d BW), derhalve een beroep op de cumulatiegrond. Nadat de kantonrechter oordeelt dat een beroep op de d-grond geen stand kan houden, wordt ook een beroep op de i-grond afgewezen. Uit de door de werkgever voorgedragen feiten en omstandigheden blijkt niet dat zowel de d-grond als de g-grond voldragen zijn en oordeelt de kantonrechter als volgt:

“(…) In het verzoekschrift heeft [verzoeker] echter nauwelijks toegelicht om welke reden de combinatie van beide onvoldragen gronden ontbinding toch rechtvaardigt. Op de zitting heeft zij nader toegelicht dat volgens haar de i-grond aan de orde is omdat de verhouding teveel is verstoord omdat verbetering in het functioneren weinig kansen heeft. Ook dit is een onvoldoende nadere onderbouwing. Toewijzing op grond van deze redenering zou er in dit geval op neerkomen dat aan [verweerder] de waarborgen die gelden voor de d-grond hem alsnog worden onthouden. De kantonrechter neemt hierbij in aanmerking (zoals ook hiervóór al is overwogen) dat van [verzoeker] verwacht had mogen worden dat zij, voor zover de arbeidsverhouding naar haar mening teveel verstoord is, moeite had behoren te doen dit te normaliseren. Daarvan is echter niet gebleken.” (r.o. 4.14).

Op grond van de i-grond is het voor de werkgever mogelijk de arbeidsovereenkomst te ontbinden wegens een combinatie van omstandigheden genoemd in twee of meer gronden, die zodanig is dat van haar in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Vooralsnog hebben werkgevers die daartoe een poging hebben gedaan nul op het rekest gekregen, waardoor nog niet het beoogde effect van de cumulatiegrond uitgaat. Dit heeft met name te maken doordat werkgevers verzuimen om de i-grond separaat toe te lichten, waardoor het niet tot een inhoudelijke beoordeling van de cumulatiegrond komt. De vraag is of dat het in deze gevallen gaat om onhandig procederen of dat hieruit moet volgen dat een onderbouwing niet snel wordt gevolgd. In het laatste geval is de uitwerking van de cumulatiegrond minimaal te noemen en wordt het (vooraf) beoogde doel niet gehaald. De toekomst zal dit uit moeten wijzen. 

De leer die hieruit voor dit moment getrokken kan worden, is dat een werkgever ook bij een beroep op de i-grond deze nader dient te onderbouwen en niet kan volstaan met een verwijzing naar de toelichting bij de andere ontslaggronden.

Indien u vragen heeft over het bovenstaande, kunt u contact opnemen met ondergetekende.
 

Mr. G.J.M. Volders
Advocaat

_______________________________

1.  ECLI:NL:RBNHO:2020:1036.
2.  ECLI:NL:RBOBR:2020:1499.
3.  ECLI:NL:RBMNE:2020:1221.