NOW-uitspraak: volledig doorberekenen loonkosten bij NOW-steun niet redelijk

De voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland heeft in een kort geding uitspraak gedaan over het doorberekenen van 100% van de loonkosten door een uitzend-of payrollorganisatie aan de inlener, waarbij die uitzend- of payrollorganisatie steun ontvangt via de NOW-regeling. In onderhavig blog wordt nader ingegaan op de uitspraak van de rechter.

De feiten  
Het geschil speelt tussen payrollbedrijf NettStaff en groothandelaar Kroftman. NettStaff betaalde als back-officepartij het loon aan de uitzendkrachten die via een uitzendbureau (waar NettStaff mee samenwerkte) bij Kroftman tewerk waren gesteld. Na de corona-uitbraak begin dit jaar neemt Kroftman al in een vroeg stadium contact op met NettStaff, met als doel om de uitzendkrachten in het licht van de ophanden zijnde NOW-regeling zoveel mogelijk in dienst te houden.

Vervolgens ontstaat er een geschil over de door NettStaff aan Kroftman in rekening gebrachte facturen. Hoewel NettStaff inderdaad een beroep doet op de NOW-regeling, maakt zij aanspraak op volledige betaling van de facturen. Kroftman betaalt die niet en NettStaff spant daarover het kort geding aan. In kort geding stelt Kroftman dat zij direct vanaf het begin van de coronacrisis bij NettStaff heeft aangedrongen om afspraken te maken over de facturering, daar Kroftman niet zelf rechtstreeks aanspraak kan doen op de NOW-regeling voor de bij haar tewerkgestelde uitzendkrachten. Daarbij stelt Kroftman dat de aanspraak door NettStaff op betaling van het volledige factuurbedrag tekort doet aan de intentie van de NOW-regeling. In de -eveneens door NettStaff ingezette- bodemprocedure zou moeten worden bepaald welk percentage van de facturen van NettStaff in redelijkheid door Kroftman dient te worden voldaan, mede gelet op het feit dat NettStaff aanspraak heeft gemaakt op de NOW-regeling.

Oordeel voorzieningenrechter  
De NOW-aanvraag is inmiddels aan NettStaff toegekend. In dat kader acht de voorzieningenrechter het niet uitgesloten dat in een bodemprocedure zal komen vast te staan dat NettStaff voor de bij Kroftman tewerkgestelde uitzendkrachten over een bepaalde periode een vergoeding van een deel van de loonkosten (80%) heeft/zal ontvangen via de NOW-regeling. In dat geval zou het niet redelijk zijn dat Kroftman 100% van die loonkosten dient te voldoen aan NettStaff. Dat lijkt niet te stroken met de intenties van de overheid bij het invoeren van de NOW-regeling, namelijk het behoud van werkgelegenheid. Voorts merkt de voorzieningenrechter op dat in de uitzend- en payrollbranche in dit verband onderling afspraken worden gemaakt, zodat op die manier de NOW-regeling ten goede komt aan de partij die de uitzendkrachten daadwerkelijk aan het werk houdt.

Dat Kroftman gehouden is het volledige factuurbedrag aan NettStaff te voldoen, staat dan ook niet zonder meer vast. In het kader van het kort geding kan niet vastgesteld worden in hoeverre Kroftman gehouden is de facturen van NettStaff geheel of gedeeltelijk te voldoen. Van een ‘harde’ vordering, zoals NettStaff stelt en Kroftman betwist, is dan ook geen sprake. De vorderingen van NettStaff worden door de voorzieningenrechter dan ook afgewezen.

Vooralsnog legt NettStaff zich niet neer bij het oordeel van de voorzieningenrechter en zet de bodemprocedure door. Het is derhalve afwachten of de bodemrechter in dezelfde lijn zal oordelen als de voorzieningenrechter. Uiteraard houden wij u daarvan op de hoogte.

Indien u vragen heeft over het bovenstaande, kunt u contact opnemen met ondergetekende.

Met vriendelijke groet,

Mevrouw Mr L.M. de Wit
Juridisch adviseur