Wijzigingen ontslagrecht in internetconsultatie (2)!

Het kabinet wil het voor werkgevers aantrekkelijker maken om mensen in vaste dienst te nemen en komt daarom met een pakket maatregelen, onder de naam: “Wet arbeidsmarkt in balans” (WAB). Een aantal van die maatregelen zal ik in deze blog toelichten. Zie voor de wijzigingen op het gebied van de ketenregeling en voor oproepkrachten mijn eerdere blog.

Payroll werknemer:
In dit nieuwe wetsvoorstel wordt vrij veel aandacht besteed aan de figuur payrolling en de rechtspositie van werknemers daarbij. Het gaat daarbij dan om payrolling, waarbij het juridisch werkgeverschap bij het payrollbedrijf ligt. Bij deze vorm van payrolling bestaat er een driehoeksrelatie tussen de (payroll)werkgever, de werknemer en de opdrachtgever. Daarbij is het payrollbedrijf de werkgever en het inlenende bedrijf de opdrachtgever die toezicht en leiding uitoefent over de werknemer. De (payroll)werkgever sluit een arbeidsovereenkomst met de werknemer, maar heeft geen materiële zeggenschap over de (inhoud van de) werkzaamheden van de werknemer. Bij deze vorm is een voorwaarde dat de opdrachtgever zelf de werknemer heeft geworven en geselecteerd en er leiding en toezicht wordt uitgeoefend over de werknemer (bijvoorbeeld zeggenschap over de beloning en welke opleidingen gevolgd moeten worden). Naast deze variant van payrolling bestaat er de variant, waarbij de (uitzend)werkgever de werknemer niet actief heeft geworven en geselecteerd. 

In de situaties, waarbij het payrollbedrijf het juridisch werkgeverschap op zich neemt, kunnen er bij payrolling onwenselijke verschillen ontstaan met betrekking tot de toepasselijke arbeidsvoorwaarden tussen een arbeidskracht die rechtstreeks in dienst is van een werkgever en een arbeidskracht die bij diezelfde werkgever in dienst is via een payrollbedrijf. Bijvoorbeeld omdat niet dezelfde cao-voorwaarden van toepassing zijn. De regering is van mening dat er hierdoor oneerlijke concurrentie ten opzichte van andere werkgevers kan ontstaan. Dit, ondanks dat uitgeleende werknemers op grond van art. 8 van de Waadi recht hebben op een limitatieve gelijkstelling. Op basis hiervan heeft een uitgeleende werknemer dezelfde rechten op bijvoorbeeld loon, arbeidstijden, vakantiedagen, etc. ten opzichte van werknemers in gelijke of gelijkwaardige functies in de onderneming. Van deze limitatieve gelijkstelling kan echter bij cao worden afgeweken, hetgeen in de praktijk ook in de ABU-cao en NBBU-cao gebeurt.

Dit verschil in arbeidsvoorwaarden (en de toepasselijkheid van een lichter arbeidsrechtelijk regime) acht de regering ongewenst. Payrolling mag niet gebruikt worden als instrument om te concurreren op arbeidsvoorwaarden. Om dit te voorkomen, stelt de regering voor bedrijven, die zich bezig houden met payrollen, te verplichten de werknemers die zij ter beschikking hebben gesteld, dezelfde arbeidsvoorwaarden te laten bieden als die zouden gelden als een payrollmedewerker rechtsreeks in dienst zou zijn bij de opdrachtgever.

Voorgestelde wijzigingen:
De regering stelt voor een apart gelijk behandelingsvoorschrift op te nemen in de Waadi (waarvan niet kan worden afgeweken bij cao). Dit voorschrift ziet op zowel de primaire als de secundaire arbeidsvoorwaarden die bij de opdrachtgever gelden, met uitzondering van pensioen. Daarnaast stelt de regering voor de bijzondere bepalingen in het BW die zien op de uitzendovereenkomst buiten toepassing te verklaren. Door deze maatregelen worden de negatieve gevolgen van payrolling ongedaan gemaakt, zonder dat payrolling als zodanig onmogelijk wordt gemaakt.

Het is goed om in te zien, dat de regering enkel onder payrolling verstaat: “het op basis van een overeenkomst van opdracht, die niet tot stand is gekomen in het kader van het samenbrengen van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt, een arbeidskracht ter beschikking te stellen, om onder toezicht en leiding van die opdrachtgever arbeid te verrichten (…)”. Deze definitie leidt ertoe dat het lichtere arbeidsrechtelijke regime behouden blijft voor uitzendwerkgevers, die een actieve rol vervullen in het kader van het samenbrengen van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt.

Pensioen:    
De regering stelt voor om de pensioenregeling van payrollwerknemers zo veel mogelijk gelijk te trekken met die van werknemers die rechtsreeks in dienst zijn van de opdrachtgever. Dit leidt echter niet tot een gelijke pensioenopbouw of aansluiting bij het pensioen van de opdrachtgever. Dat zou te veel administratieve lasten met zich meebrengen. Daarentegen krijgt de payrollwerknemer het recht op een adequate pensioenregeling, indien voor werknemers in gelijke of gelijkwaardige functies in dienst van de opdrachtgever een pensioenregeling geldt. De regeling bij StiPP wordt door de regering daarvoor afdoende geacht.

Het moment van invoering is tot nu toe voorzien op 1 januari 2020.

Vervolg en contact:
Men kan nu tot 7 mei 2018 een reactie geven op het concept wetsvoorstel. De Minister wil het wetsvoorstel voor de zomer naar de Raad van State sturen en daarna naar de Tweede Kamer. In een opvolgende blog zal ik een aantal andere wijzigingen bespreken.

Heeft U vragen of wenst U van gedachten te wisselen omtrent het bovenstaande, dan sta ik U graag te woord: 06-52352549 of g.volders@vissers-advocatuur.nl.

De heer Mr Gijs Volders
Advocaat