Zorgplicht architect / ingenieur: enkele aandachtspunten om aan de zorgplicht te voldoen.

De wet:

De zorgplicht geldt voor vele beroepsgroepen en beroepsbeoefenaars, zo ook voor de architect en ingenieur. Vaak wordt gewerkt op grond van een overeenkomst van opdracht (7:400 BW). Veelvuldig worden algemene voorwaarden van toepassing verklaard, zoals de DNR 2011 of de ‘oudere regelingen’ DNR 2005, SR 1997 of de RVOI 2011. Ook in deze overeenkomsten en voorwaarden is de zorgplicht nader uitgewerkt. De wettelijke zorgplicht houdt in dat de opdrachtnemer bij de uitoefening van zijn werkzaamheden de zorg van een goed opdrachtnemer in acht moet nemen (artikel 7:401 BW). Van belang is de omschrijving van de opdracht. Dit bepaalt in beginsel de omvang van de werkzaamheden. Daarbij geldt wel dat de zorgplicht ook kan inhouden dat de architect / ingenieur moet waarschuwen voor onvolkomenheden in de opdracht of voor de onvolledigheid van het opgedragen werk in relatie tot in de praktijk te constateren risico’s. Oftewel ook al is de omschrijving van de opdracht beperkt, dan nog is het mogelijk dat de architect / ingenieur verder moet kijken, nadenken en/of adviseren. Van belang is dat U zich hiervan bewust bent en zich daar rekenschap van geeft.

Praktijk/tips:

Het is van belang om op ontwerpen, tekeningen, correspondentie, een opdrachtgever te wijzen op wat U als uitgangspunt heeft genomen voor uw adviezen en werkzaamheden. Ook is het van belang om aanwijzingen te geven als U meer informatie van derden nodig heeft. Ook dient U het uitdrukkelijk te vermelden als een derde nog gegevens of een bepaalde toestand dient te onderzoeken.

Rechtspraak:

Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch (9 januari 2018) heeft recentelijk geoordeeld dat het ingenieursbureau niet in strijd met haar zorgvuldigheidsplicht had gehandeld. Het ingenieursbureau had volgens het hof tijdig duidelijk gemaakt dat voorafgaand aan de werkzaamheden (in dit geval ondergraving van de kelder) nog een controle door haar en/of overleg met haar nodig was, zodat zij nader kon adviseren. Daarnaast had het ingenieursbureau ook de herkomst van de gegevens die zij voor haar constructieberekeningen en – tekening had gebruikt, duidelijk vermeld en was duidelijk dat de tekeningen nog geen definitieve status hadden. Dit leidde er in deze zaak toe dat het ingenieursbureau zorgvuldig had gehandeld en niet aansprakelijk was voor de schade die opdrachtgever had geleden door instorting van het pand.

Contact:

Heeft U vragen of wenst U van gedachten te wisselen omtrent de zorgplicht of andere aan de vastgoedbranche of aan het bouwrecht gerelateerde zaken, dan sta ik U graag te woord: 06-46087378 of n.van.beurden@vissers-advocatuur.nl.

Mevrouw Mr Nathalie van Beurden
Advocaat