Aansprakelijkheid bij IJsvoetbal en andere alternatieve sporten: wanneer eindigt een sport- en spelsituatie?

In Nederland kent men steeds meer sporten die een afgeleide zijn van bestaande sporten maar een meer lollig karakter hebben. Een sprekend voorbeeld zijn de voetbalspellen waar men als alternatief met een grote plastic bal om het lijf speelt. Het leuke daarbij is dat men relatief hard tegen elkaar kan botsen, waardoor je enkele meters wordt weg geduwd. De vraag is echter: wanneer houdt de sport- en spelsituatie in dit soort spellen/sporten op en geldt de normale aansprakelijkheidsdrempel?

Verhoogde aansprakelijkheidsdrempel bij sport en spel
Zoals algemeen heeft te gelden, moet eenieder zich onthouden van gedrag dat zodanig gevaar scheppend is, indien de mate van waarschijnlijkheid van een ongeval als gevolg van dat gedrag zodanig groot is, dat men zich van dat gedrag zou moeten onthouden. Iedere keer moet dit criterium van de Hoge Raad worden gelegd naast de omstandigheden van dat specifieke geval. Daarbij komt dat partijen tijdens een sport- en spelsituatie bepaalde gevaarlijke gedragingen over en weer van elkaar moet verwachten. Klassiek voorbeeld ter onderscheiding van het voorgaande is een rechtse directe op straat (mag niet) en in de boksring tijdens de duur van het gevecht (mag wel). Als men zich dus gevaarlijk gedraagt binnen een sport- en spelsituatie, dan wordt de onrechtmatigheid minder snel bevestigend beantwoord.

Wanneer eindigt een sport- en spelsituatie
Met enige regelmaat worden ook na het fluitsignaal nog gevaarlijke gedragingen over en weer gepleegd. Het fluitsignaal van een scheidsrechter maakt aldus niet direct een einde aan de sport- en spelsituatie. Ook de Hoge Raad oordeelt dat partijen bij sommige spellen en sporten ook na het fluitsignaal nog bepaalde gevaarlijke gedragingen van elkaar mogen verwachten. Daarbij is onder meer de aard van de activiteit een belangrijk element. Dit blijkt onder meer uit het Witmarsumer Merke-arrest van de Hoge Raad.1

IJsvoetbalspel
De Rechtbank Oost-Brabant heeft onlangs geoordeeld dat bij een ijsvoetbalspel een duw na afloop onrechtmatig was.2 De ene speler had de plastic bal reeds uitgedaan en het eindsignaal had geklonken, waarna een andere speler nog tegen hem aan beukte met de plastic bal die hij nog om zich had. De Rechtbank overweegt dat ook hier de sport- en spelsituatie niet eindigt bij het eindsignaal, doch heeft verder geen oog voor (of dit is niet gesteld) de bijzondere (jolige) aard van het spel, waardoor ook na het einde van het spel bepaalde gevaarlijke gedragingen kunnen worden verwacht.

Aansprakelijkheid organisator
De schadeveroorzaker in opgemelde zaak wijst ook naar de organisator. In dat kader wil ik sportorganisatoren die soortgelijke sporten aanbieden, wijzen op de zorgplicht die op hen rust. Breng de risico’s goed in kaart en zorg voor voldoende voorzorgsmaatregelen. Denk daarbij aan duidelijke regels en instructies bij het einde van het spel.

Wij zijn gespecialiseerd in het sportrecht en kunnen U ondersteunen bij aansprakelijkheidskwesties en het analyseren van de risico’s en het voldoen aan de zorgplicht die op U rust, teneinde aansprakelijkheid van uw organisatie zo veel als mogelijk te voorkomen.

Heeft u naar aanleiding van het voorgaande nog vragen of wenst u advies, neemt U dan gerust contact met ons op.


Mr L. Westhoff
Advocaat
 

__________________
1 Hoge Raad, 28 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF2679 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2003:AF2679
2 Rechtbank Oost-Brabant, 16 maart 2017, ECLI:NL:RBOBR:2017:1518 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2017:1518