Alle aansprakelijkheid uitsluiten: hoe ver kun je gaan?

Vaak zie je in overeenkomsten of algemene voorwaarden exoneratiebedingen, oftewel bepalingen waarin alle aansprakelijkheid voor schade wordt uitgesloten. Als er dan door een wederpartij schade wordt geleden, dan kan deze schade in ieder geval niet verhaald worden op haar contractspartij, echter kan die contractspartij zich altijd achter een dergelijk beding verschuilen? Hoe ver kan men gaan met het uitsluiten van aansprakelijkheid in zakelijke overeenkomsten?

Door de Hoge Raad is onder meer in een arrest van 12 december 1997 (LJN: ZC2524) geoordeeld dat een overeengekomen exoneratiebeding buiten toepassing dient te blijven, indien dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, hetgeen in het algemeen het geval zal zijn als de schade te wijten is aan opzet of bewuste roekeloosheid. Hierbij moet rekening worden gehouden met alle omstandigheden van het geval, waarbij de Hoge Raad in haar arrest van 12 mei 2000 (LJN: AA5783) al enkele omstandigheden heeft geschetst, zoals: of het exoneratiebeding is opgenomen in algemene voorwaarden of in een uitonderhandelde overeenkomst, in hoeverre de aansprakelijkheid wordt beperkt door het exoneratiebeding, de door de wederpartij verschuldigde tegenprestatie en de mate waarin degene die zich verschuilt achter het exoneratiebeding is tekortgeschoten in de van hem te verwachten zorg. Indien een exoneratiebeding staat opgenomen in algemene voorwaarden, dan kan een wederpartij niet alleen een beroep doen op artikel 6:248 lid 2 BW (beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid), maar ook op artikel 6:233 sub a BW om te bewerkstelligen dat het exoneratiebeding buiten toepassing blijft.

In een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 januari 2013 (LJN: BY8106) heeft het Gerechtshof geoordeeld dat het voor de partij die haar schade wenste te verhalen, pleit dat het exoneratiebeding is opgenomen in algemene voorwaarden en het beding dus niet is uitonderhandeld, het beding aansprakelijkheid voor schade vergaand uitsluit en er met de transactie een substantieel bedrag gemoeid was. Daar staat echter tegenover, zo oordeelde het Gerechtshof, dat er niet van uit kan worden gegaan dat de schade is veroorzaakt door opzet of bewuste roekeloosheid, het enkel zuivere vermogensschade betreft en partijen professionele partijen zijn. Het Gerechtshof concludeert dan ook uiteindelijk dat het exoneratiebeding, in het licht van de geschetste omstandigheden, niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is en dus haar gelding behoudt.

Oftewel, exoneratiebedingen kunnen in vergaande mate uw aansprakelijkheid beperken, mits U ze juist formuleert en er geen sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid.

Vragen of hulp nodig? Neem vrijblijvend contact op met mevrouw Mr Gemmy van der Valk-van den Bosch.