Allocatiefunctie en CAO voor Uitzendkrachten

Bij veel werkgevers die werknemers (tijdelijk) ter beschikking stellen aan derden, is de vraag of deze onder de CAO voor Uitzendkrachten vallen. Bij de beoordeling daarvan is een aantal definities van belang. In deze bijdrage staat het begrip “uitzendovereenkomst” centraal.

De uitzendovereenkomst wordt in de wet als volgt gedefinieerd:

De uitzendovereenkomst is de arbeidsovereenkomst waarbij de werknemer door de werkgever, in het kader van de uitoefening van het beroep of bedrijf van de werkgever ter beschikking wordt gesteld van een derde om krachtens een door deze aan de werkgever verstrekte opdracht arbeid te verrichten onder toezicht en leiding van de derde.”

In de CAO wordt deze definitie overgenomen. Door werkgevers wordt vaak aangevoerd, dat er geen allocatiefunctie wordt vervuld, waarmee er geen sprake is van een uitzendovereenkomst en men niet onder de toepasselijkheid van de CAO valt. De allocatiefunctie houdt kort gezegd in, dat de terbeschikkingstelling van werknemers doelstelling moet zijn van de bedrijfs- of beroepsactiviteit van de werkgever. De vraag is echter of de allocatiefunctie als voorwaarde geldt voor het bestaan van een uitzendovereenkomst.

Arrest Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 maart 2015:

Ook in deze kwestie voerde de werkgever aan dat de allocatiefunctie een voorwaarde is voor het bestaan van een uitzendovereenkomst. Met verwijzing naar de parlementaire geschiedenis oordeelt het Hof inderdaad dat de allocatiefunctie een voorwaarde is voor het aannemen van een uitzendovereenkomst. Hoewel de allocatiefunctie niet in de CAO en evenmin in de wet(tekst) opgenomen is, is het Hof toch van mening dat de allocatiefunctie als zodanig noodzakelijk is om te kunnen spreken van een uitzendovereenkomst. Het was in deze kwestie onvoldoende gebleken, dat de werkgever een allocatiefunctie vervulde, zodat er niet gebleken was van een uitzendovereenkomst. De wederpartij werd nog wel in staat gesteld om bewijs aan te leveren van haar stelling dat er sprake was van een uitzendovereenkomst.   

Conclusie:

Op basis van de hiervoor genoemde uitspraak geldt dat indien werkgevers geen  allocatiefunctie vervullen, er ook geen sprake kan zijn van een uitzendovereenkomst, waarmee werkgevers niet onder de CAO voor Uitzendkrachten zullen vallen.

Mocht U meer informatie willen over dit onderwerp, dan kunt U contact opnemen met Mr G.J.M. (Gijs) Volders.