Art. 38 van de Schoonmaak cao: een vreemde eend in de bijt.

In de schoonmaak cao is in art. 38 een specifieke regeling opgenomen ten aanzien van een contractwissel. Kort gezegd, is er van een contractwissel sprake als dezelfde opdrachtgever een ander schoonmaak- of glazenwassersbedrijf (dan het zittende bedrijf) in de gelegenheid stelt om het werk te gaan verrichten. De werkgever die door contractwisseling een object verwerft, zal aan bepaalde werknemers die op het moment van de wisseling op het object werkzaam zijn een arbeidsovereenkomst moeten aanbieden. Aldus is feitelijk sprake van een overgang van onderneming. Maar daarvoor bestaat een wettelijke regeling. Beide regelingen kunnen daarmee op gespannen voet met elkaar staan. Datzelfde geldt voor de situatie waarin er na een faillissement van een schoonmaakbedrijf een doorstart wordt gemaakt.

De Hoge Raad heeft hier recent een belangrijke uitspraak in gewezen. Een aantal werknemers was lange tijd in dienst bij het schoonmaakbedrijf Albatros, welk bedrijf op enig moment failliet wordt verklaard. Zoals gebruikelijk, zegt de curator de arbeidsovereenkomsten op met de betreffende werknemers. Vervolgens verkoopt de curator de activa aan het schoonmaakbedrijf CSU, waaronder ook de schoonmaakactiviteiten bij Crowne Plaza waar de betreffende werknemers werkzaam zijn. De betreffende werknemers zijn met terugwerkende kracht tot de datum van faillietverklaring in dienst getreden van CSU. Zij hebben hun werkzaamheden bij Crowne Plaza ongewijzigd voortgezet.

De werknemers vorderen in rechte onder meer een verklaring voor recht dat zij jegens CSU recht hebben op de toeslagen als bedoeld in art. 18 cao (toeslagen voor werken in de avond, nacht, etc.). De kantonrechter heeft de verklaring voor recht toegewezen. Het Gerechtshof heeft het vonnis van de kantonrechter op dit punt bekrachtigd. Het hof heeft daartoe geoordeeld dat de wijze waarop CSU de overeenkomst met Crowne Plaza na het faillissement van Albatros heeft verkregen, op één lijn kan worden gesteld met een contractwisseling als bedoeld in art. 38 CAO, en dat de overname van een contract als gevolg van een biedingsprocedure gelet op de ratio van art. 38 CAO redelijkerwijs onder het begrip contractwisseling van de CAO valt.

De Hoge Raad oordeelt hier echter anders over. Uit de tekst van art. 38 CAO blijkt dat deze bepaling van toepassing is in geval van een heraanbesteding. In het begrip ‘heraanbesteding’ ligt besloten dat daarvan slechts sprake is indien deze plaatsvindt door dezelfde opdrachtgever als degene die het project waarom het gaat, eerder aanbesteedde. In dit geval is er geen sprake geweest van een heraanbesteding, maar van een verkoop/doorstart op initiatief van de curator. Daarmee is er volgens de Hoge Raad geen sprake van een heraanbesteding, zodat art. 38 cao niet op deze situatie ziet.

In een bredere context volgt hier dus uit dat het personeel van een schoonmaakbedrijf niet automatisch overgaat na een doorstart in een faillissement (op basis van art 38 cao).

Contact:
Heeft U vragen of wenst U van gedachten te wisselen omtrent de cao schoonmaak of doorstartperikelen na een faillissement, dan sta ik U graag te woord: 06-52352549 of g.volders@vissers-advocatuur.nl.


De heer Mr Gijs Volders
Advocaat