‘Bankzitters’ tegenwoordig eenvoudig(er) te ontslaan?

Detacheringsbureau’s leven van het uitlenen van personeel. Het gebeurt echter maar al te vaak, dat een werknemer (om wat voor reden dan ook) voor langere tijd niet geplaatst kan worden bij een opdrachtgever. Wat volgt, is een lastige periode voor zowel werkgever als werknemer (vaak ‘bankzitter’ genoemd). Een werkgever zal namelijk van een bankzitter af willen, indien deze voor langere tijd niet geplaatst kan worden bij een opdrachtgever. Immers, in die periode moet de werkgever het loon doorbetalen, terwijl er geen inkomsten tegenover staan.

Gelet op de eisen voor een dergelijk ontslag, liep een werkgever bij het UWV vaak tegen een muur op en kreeg hij het ontslag niet voor elkaar. Het huidige ontslagrecht maakt het mogelijk om de beslissing van het UWV te toetsen bij de Kantonrechter. Uit een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van 28 september 2016 lijkt te volgen, dat het tegenwoordig wat eenvoudiger is om van een bankzitter af te komen. Wat was er aan de hand?

Rechtbank Rotterdam 28 september 2016:

In deze kwestie was de bankzitter in de voorgaande 55 maanden slechts 8 maanden op een project geplaatst. De werkgever/detacheerder vroeg bij het UWV een ontslagvergunning aan op basis van bedrijfseconomische omstandigheden, welke deze weigerde:

“Conform ons toetsingskader zou u moeten aantonen dat de arbeidsplaats van werknemer structureel komt te vervallen door maatregelen die om bedrijfseconomische redenen nodig zijn voor een doelmatige bedrijfsvoering. U heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de arbeidsplaats van werknemer structureel komt te vervallen.”

De Kantonrechter is het met deze overweging niet eens en overweegt eigenlijk heel kort, dat het ‘bankzitten’ weliswaar een risico is dat een detacheeronderneming loopt, maar dat aan dit risico wel een grens ligt. Anders zou een bankzitter tot in lengte van dagen in dienst gegouden moeten worden. De verwachting dat de bankzitter binnen een periode van 26 weken alsnog geplaatst zou kunnen worden, werd niet reëel geacht. Er moet wel worden bijgezegd, dat deze werkgever de betreffende bankzitter vaak had aangeboden aan opdrachtgevers en hem had begeleid, zodat de werkgever zich aantoonbaar voldoende had ingespannen om de bankzitter weer aan het werk te helpen. Aldus staat deze Kantonrechter de ontbinding van de arbeidsovereenkomst toe.

Conclusie:

Daar waar het UWV terughoudend was (en is) in het verlenen van toestemming voor het ontslag van een bankzitter, lijkt de Kantonrechter een wat soepelere toets aan te houden. Zo lang als de werkgever zijn dossier goed op orde heeft (regelmatig aanbieden bankzitter, updaten van CV, begeleiden, scholing, etc.), dan zal na verloop van tijd het bankzitten van een werknemer niet meer voor risico van de werkgever behoeven te komen en kan de arbeidsovereenkomst worden beëindigd. 

Mocht U vragen hebben naar aanleiding van het bovenstaande, dan kunt U contact opnemen met ondergetekende.
 

Mr. G.J.M. Volders
Advocaat