Bewijsaanbod – niet ter zake dienend (artikel 166 Rv)

De Hoge Raad heeft zich vorige week uitgelaten over het passeren van een bewijsaanbod ex artikel 166 RV (HR 9 oktober 2015, ECLI:NL:HR2015:3009).

De Hoge Raad oordeelde dat het Gerechtshof heeft miskend dat, indien bewijs wordt aangeboden door het horen van getuigen die nog niet eerder zijn gehoord, niet de eis kan worden gesteld dat toegelicht wordt in welk opzicht de verklaringen van de (nog te horen) getuigen afbreuk zouden kunnen doen aan eerder afgelegde verklaringen door andere getuigen. Ook is miskend dat een bewijsaanbod kan worden gepasseerd indien de vermelde getuigen niet rechtstreeks bij de onderhandelingen van de overeenkomst betrokken zijn geweest. Deze omstandigheid (waarbij het in casu ging om getuigen die een gesprek tussen anderen die op de gang liepen/stonden hadden opgevangen) kan niet zonder meer tot de conclusie leiden dat het bewijsaanbod niet ter zake dienend is. Ditzelfde geldt voor het geval waarin de procespartij niet heeft aangeboden een getuige nogmaals te horen.

Oftewel de Hoge Raad heeft de vaste rechtspraak (HR 9 juli 2004, ECLI:NL:HR2004:AO7817) nader ingekleurd. Daarin oordeelde de Hoge Raad reeds dat in geval van een bewijsaanbod voldoende concreet dient te worden aangegeven op welke van de stellingen het bewijsaanbod betrekking heeft en, voor zover mogelijk, wie daarover een verklaring kunnen afleggen. In het algemeen mag niet worden verlangd dat daarbij ook wordt aangegeven wat daarover door getuigen kan worden verklaard. Ook mag in de eis worden gesteld dat in geval reeds een getuige is gehoord of een schriftelijke verklaring heeft overgelegd, in hoeverre getuigen meer of anders kunnen verklaren dan zij al hebben gedaan. De rechter mag echter niet op grond van zijn waardering van de reeds afgelegde verklaringen aan het bewijsaanbod voorbijgaan, omdat hij daarmee ten onrechte vooruit zou lopen op het resultaat van de bewijsvoering die nog moet plaatsvinden. In de zaak die leidde tot voornoemd arrest van 9 oktober 2015, had het Gerechtshof juist wel een waardering van de verklaringen gedaan.

Indien U vragen heeft over het vorenstaande, kunt U uiteraard contact met ons kantoor opnemen.

Mevrouw Mr Nathalie van Beurden
Advocaat