Bezint eer ge begint!

Het komt in onze praktijk, maar al te vaak voor: een partij brengt een kort geding dagvaarding uit en trekt daags voor de mondelinge behandeling, of op de dag zelf, het kort geding weer in. Dit wordt vaak gedaan om druk uit te oefenen op een gedaagde partij. Als de gedaagde partij vervolgens niet zwicht onder die druk, maar juist verweer voert, kan de eisende partij het kort geding intrekken. Ondertussen heeft de gedaagde partij wel kosten moeten maken ter voorbereiding op het kort geding.

Zelf heb ik dit zeer recent ook nog meegemaakt. Onze klant wordt gedagvaard in kort geding om (kort gezegd) een aantal toeslagen te betalen aan een werknemer. Nadat er stukken ten behoeve van het kort geding zijn ingediend, wordt een aantal uur voor de mondelinge behandeling het kort geding ingetrokken. Hoe zit het nu met de inmiddels gemaakte kosten van onze klant. Kunnen deze worden verhaald op de wederpartij en kan er door de Rechtbank nog een proceskostenveroordeling worden uitgesproken?

Deze vraag is niet alleen bij een “normaal” kort geding van belang, maar (juist) des te meer bij een kort geding met als onderwerp handhaving van intellectuele eigendomsrechten (IE- kort gedingen), zoals merkrechten, auteursrechten, etc.. Bij een dergelijk kort geding kunnen (op basis van art. 1019h Rv) de werkelijk gemaakte (proces)kosten gevorderd worden. Dit, in tegenstelling tot een “normaal” kort geding, waarbij een proceskostenveroordeling slechts een klein gedeelte van de kosten zal dekken. Lange tijd is onduidelijk gebleven of in dergelijke gevallen de proceskosten op de wederpartij kunnen worden verhaald. In het landelijk procesreglement is namelijk (in art. 9.1) opgenomen, dat de Voorzieningenrechter bij een intrekking geen proceskostenveroordeling uitspreekt.

Hoge Raad  
In een recent geschil bij de Rechtbank Den Haag zijn er door de Voorzieningenrechter over dit onderwerp prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad. De Hoge Raad maakt bij de beantwoording van die vragen duidelijk, dat het ook bij een intrekking van het kort geding mogelijk is om een proceskostenveroordeling uit te spreken voor de eisende partij. De gedaagde moet dit binnen 14 dagen kenbaar maken aan de Voorzieningenrechter. Kort gezegd, wordt er door de Hoge Raad aansluiting gezocht bij de regeling zoals die voor een bodemprocedure geldt.

Conclusie
Het is dus mogelijk om na intrekking van een kort geding een kostenveroordeling van de eisende partij te vragen. Dit zal met name van belang zijn bij IE - kort gedingen, omdat in dat soort zaken de werkelijke (proces)kosten kunnen worden gevorderd. Dit lijkt mij een goede ontwikkeling, waarmee wordt voorkomen dat er al te lichtvaardig een kort geding dagvaarding wordt uitgebracht. Met andere woorden: bezint eer ge begint…..

Indien U vragen mocht hebben naar aanleiding van het bovenstaande, neemt U gerust contact op met ons kantoor.

Mr Gijs Volders
Advocaat