Curator op de vingers getikt….

- Aansprakelijkheid curatoren:

De onderhavige uitspraak ziet op de aansprakelijkheid van een curator jegens derden, zoals een verhuurder. Daarbij zijn twee verschillende vormen te onderscheiden. Als de curator handelt als curator (q.q.: “in zijn hoedanigheid van”), dan kan de curator in principe alleen in die hoedanigheid aansprakelijk worden. Bij een terechte claim kan een derde zich alleen verhalen op de failliete boedel en niet op het vermogen van de curator in privé. In sommige situaties kan een curator echter ook persoonlijk aansprakelijk worden gesteld (“pro se”). Bij onrechtmatig handelen kan men zich verhalen op het privévermogen van de curator. In een aantal standaard uitspraken van de Hoge Raad is deze norm ingevuld. Kort gezegd, moet worden beoordeeld of de curator heeft gehandeld zoals in redelijkheid mag worden verlangd van een over voldoende inzicht en ervaring beschikkende curator die zijn taak met nauwgezetheid en inzet verricht. Bij die beoordeling maakt het verschil of de curator bij de uitoefening van zijn taak gebonden is aan regels. Is dat niet het geval, dan komt hem in beginsel een ruime mate van vrijheid toe. In de onderhavige kwestie waren er juist regels van toepassing, welke door de betreffende curator met voeten waren getreden, zodat persoonlijke aansprakelijkheid (“pro se”) werd aangenomen.

- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden d.d. 14 maart 2017:

Wat speelde er in deze zaak? Na het faillissement van een schoenenwinkel (tevens huurder) werd door de verhuurder (ex art. 39 Fw) de huurovereenkomst opgezegd, met een opzegtermijn van drie maanden. Daarbij gaf de verhuurder direct aan dat een onderverhuur of het in gebruik geven van de winkelruimte (door de curator) niet was toegestaan conform de huurovereenkomst. Desondanks geeft de curator de winkelruimte gedurende de opzegtermijn in gebruik aan een derde. De verhuurder kan zich daarin niet vinden en stelt de curator pro se aansprakelijk.

Het Gerechtshof zet eerst helder de betreffende regels uiteen. Op grond van art. 39 Fw is een verhuurder gerechtigd om de huurovereenkomst op te zeggen. Daarnaast bepaalt de huurovereenkomst dat onderverhuur of het in gebruik geven aan een derde niet is toegestaan. Een dergelijke opzegging kan echter worden doorkruist, indien de opzegging in strijd is met de redelijkheid en billijkheid of als misbruik van recht kan worden gekwalificeerd. Zo’n situatie kan zich voordoen, indien een curator mogelijkheden ziet voor een doorstart van de failliete onderneming en aan de verhuurder verzoekt of vordert om mee te werken aan een indeplaatsstellingsprocedure ex artikel 7:307 BW. Daarvan was hier geen sprake, zo oordeelt het Hof.

Vervolgens geeft het Hof aan dat er in deze zaak, in het kader van de hiervoor genoemde maatstaf voor aansprakelijkheid, geen sprake is van een ruime mate van vrijheid, omdat de curator gebonden is aan regels. De curator moet de rechten van de eigenaar respecteren en nakomen. De curator was niet bevoegd om de winkelruimte in gebruik te geven aan een derde. Nu er daarnaast geen enkele waarborg aan de verhuurder is verstrekt voor de nakoming van de huurovereenkomst en de curator de verhuurder pas zeer laat op de hoogte stelde van de terbeschikkingstelling, acht het Hof het handelen van de curator dermate onzorgvuldig, dat de pro se aansprakelijkheid van de curator wordt aangenomen.

- Conclusie:  

Uit het voorgaande blijkt maar weer eens dat U het handelen van een curator niet klakkeloos behoeft te accepteren. Alhoewel de maatstaf voor pro se aansprakelijkheid (gezien de terughoudende toets) niet snel tot privéaansprakelijkheid zal leiden, is het wel goed om steeds het handelen van de curator kritisch te volgen.

Mocht U vragen hebben over het bovenstaande, neemt U gerust contact met ons op.
 

Mr G.J.M. Volders
Advocaat