Gefeliciteerd, het is een ……. Agentuurovereenkomst!

- Agentuurovereenkomst:

De agentuurovereenkomst wordt in de wet geregeld en ziet op overeenkomsten, waarbij de ene partij (de principaal) aan de andere partij (de handelsagent) opdraagt (en deze zich verbindt), voor een bepaalde of een onbepaalde tijd en tegen beloning bij de totstandkoming van overeenkomst bemiddeling te verlenen, en deze eventueel op naam en voor rekening van de principaal te sluiten, zonder aan deze ongeschikt te zijn. Een hele mond vol aldus. Toch is het de moeite waard om je als wederpartij hierin te verdiepen, omdat de kwalificatie als agentuurovereenkomst je wettelijk een aantal rechten kan opleveren, zoals ook uit het onderhavige geval blijkt.

- Rechtbank Zeeland-West-Brabant 31-5-2017:

In deze kwestie doen (diverse) partijen al sinds 2006 zaken met elkaar, zonder de tussen hen geldende afspraken op papier te zetten. Uit een besprekingsverslag van 2006 blijkt wel dat de eisende partij klanten bij gedaagde zal aandragen (voor de verkoop van diens producten), waarvoor eiser een commissie van 4% zal ontvangen. En zo geschiedde ook in de jaren 2008 t/m 2015: in die jaren ontvangt eiser steevast zijn commissie. Uiteindelijk ontstaat er onenigheid tussen partijen en wordt de commissie niet meer betaald. Eiser stelt dat er sprake is van een agentuurovereenkomst en hij recht heeft op commissie. Aan de kwalificatie als agentuurovereenkomst hangt ook direct het gevolg dat de eisende partij recht heeft op een klantvergoeding bij het einde van de agentuurovereenkomst (uitzonderingen daargelaten), zo volgt uit art. 7:442 BW. Ook deze vergoeding vordert eiser. De vergoeding bedraagt hooguit de beloning van één jaar, welke wordt berekend naar het gemiddelde over de laatste jaren (maximaal vijf). Gedaagde betwist dit en stelt dat er sprake is van een “accountmanagerschap”.

Nu de overeenkomst niet op schrift is gesteld, dient de rechter volgens de Haviltex-maatstaf de overeenkomst uit te leggen. Aan de hand van die maatstaf oordeelt de rechter dat er wel degelijk sprake is van een agentuurovereenkomst. Uit het besprekingsverslag en de facturen blijkt dat eiser voor rekening van gedaagden diens producten heeft verkocht aan diverse firma’s. Daaruit blijkt op zijn minst genomen, dat eiser (met succes) heeft geprobeerd om overeenkomsten voor gedaagde aan te gaan. Bovendien heeft eiser uit de gedragingen van gedaagde mogen afleiden dat hij handelsagent was voor gedaagde. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat eiser recht heeft op zijn commissie van 4% tot aan het einde van de agentuurovereenkomst (met inachtneming van de wettelijke opzegtermijn).   

Nu de agentuurovereenkomst daarnaast op initiatief van gedaagde is komen te eindigen, wordt ook de klantvergoeding toegewezen. De berekening van de omvang van de klantvergoeding verloopt in drie fasen:

(i) kwantificeren van de voordelen die de transacties met de door eiser aangebrachte klanten gedaagde opleveren;

(ii) beoordelen of reden bestaat het aldus vastgestelde bedrag aan te passen met het oog op de billijkheid, gelet op alle omstandigheden van het geval, en met name gelet op de door eiser gederfde provisie; en

(iii) toetsen of het uit de twee eerdere berekeningsfasen volgende bedrag het wettelijk bedoelde maximumbedrag niet te boven gaat.

In de rechtspraak is uitgemaakt dat het in fase (i) bedoelde voordeel van gedaagde wordt vastgesteld op basis van de in de laatste twaalf maanden door eiser verdiende bruto provisie voor de nieuwe en geïntensiveerde bestaande klanten, welk bedrag vervolgens wordt gecorrigeerd met factoren betreffende (a) de duur van het voordeel dat gedaagde naar verwachting aan de transacties met bedoelde klanten kan ontlenen, (b) het verloop van het klantenbestand, en (c) de versnelde ontvangst van provisie-inkomsten door eiser die in één keer een vergoeding krijgt uitgekeerd.

Op grond hiervan wordt gedaagde veroordeeld tot het betalen van een klantvergoeding aan eiser, gelijk aan de verschuldigde jaarprovisie, berekend naar het gemiddelde van de aan eiser verschuldigde jaarprovisie over de periode 1 oktober 2011 tot en met 30 september 2016.

- Conclusie:

Nu ging het in deze kwestie niet over schokkende bedragen, maar het zal voor eiser toch een aardige bijkomstigheid zijn geweest, dat hij naast zijn provisie ook een klantvergoeding kreeg. Bij het aangaan van de relatie in 2006 zal hij daar niet op bedacht zijn geweest. Het loont dus, van beide kanten bezien, om voorafgaand goed na te gaan wat voor soort overeenkomst er gesloten wordt, zodat men achteraf bezien niet voor verassingen komt te staan.  

Mocht U vragen hebben over het bovenstaande, neemt U gerust contact met ons op.


Mr G.J.M. Volders
Advocaat