Het gebruikelijk loon in de recruitmentbranche

Op 20 september 2016 heeft het Gerechtshof Den Haag arrest gewezen in een zaak van één van onze cliënten, een groot recruitmentbureau, tegen één van haar opdrachtgevers. Hoewel de Rechtbank Rotterdam in eerste instantie de vordering tot voldoening van een gefixeerd honorarium, dan wel (subsidiair) tot voldoening van een gebruikelijk, dan wel redelijk loon, had afgewezen, heeft het Gerechtshof Den Haag alsnog de vordering(en) van cliënte toegewezen en de opdrachtgever veroordeeld tot voldoening van een gebruikelijk loon.  

Het arrest geeft eindelijk de benodigde handvaten voor recruitmentbureaus, die opdrachtgevers hebben die -om welke reden dan ook- menen niet te hoeven betalen, omdat er geen loon zou zijn overeengekomen, dan wel er volgens hen geen overeenkomst tot stand zou zijn gekomen.

Zo oordeelt het Gerechtshof onder meer dat:

  1. Er een overeenkomst tot stand is gekomen, want beide partijen hebben over en weer de procedurestappen gezet die in de kern daarbij gebruikelijk te achten zijn;
  2. Het bereiken van overeenstemming over de hoogte van het loon niet een essentialia is van de bemiddelingsovereenkomst;
  3. Artikel 4 van de algemene voorwaarden (over de hoogte van het loon) geen deel uitmaakt van de overeenkomst, echter de overige algemene voorwaarden wel van toepassing zijn op de overeenkomst, nu de opdrachtgever hier niet tegen heeft geprotesteerd;
  4. In de aard bemiddelingsovereenkomsten als de onderhavige besloten ligt dat de opdrachtnemer de ene keer veel werkzaamheden verricht maar geen resultaat bereikt (en dus ook niet betaald krijgt), en de ander keer met minder werkzaamheden wel tot het gewenste resultaat komt (en aanspraak kan maken op betaling). Gelet daarop, is enkel de omvang van de verrichte werkzaamheden niet beslissend voor de hoogte van het gebruikelijk loon.

Het arrest is een aanwinst voor de recruitmentbranche en een aanwinst voor ons kantoor.

Mocht U vragen hebben naar aanleiding van het bovenstaande, dan kunt U contact opnemen met ondergetekende.

Mr. Gemmy van der Valk-van den Bosch
Advocaat