Kansspelautoriteit: Huizenloterij is niet toegestaan (maar een bestuurlijke boete blijft uit)

Op 14 januari 2014, gepubliceerd op 31 januari 2014, heeft de Kansspelautoriteit een besluit genomen omtrent een aangeboden kansspel, waarbij een villa te Winterswijk kon worden gewonnen1.

Zoals altijd ziet het besluit van de Kansspelautoriteit er goed uit, met een duidelijke opbouw, een weergave van een gedetailleerd onderzoek, juridische conclusies en het uiteindelijke deugdelijke besluit. Hoewel, dat laatste valt wellicht nog wel te betwijfelen. Na het lezen van de samenvatting was ik het spoor even bijster en zeer benieuwd naar het gehele document. Een ware cliffhanger dus. In de samenvatting staat namelijk het navolgende opgetekend:

“De Kansspelautoriteit kwalificeert deze verloting als een kansspel. Voor dit kansspel was geen vergunning afgegeven. Teradata Ltd en de heer [xxx], enig bestuurder van Teradata Ltd, hebben in oktober 2012 een kansspel (loterij) aangeboden zonder vergunning. De heer [xxx] heeft de deelname aan dit kansspel bevorderd door het maken van reclame. Er wordt met het oog op de zeer specifieke omstandigheden van dit geval geen boete opgelegd van voor het overtreden van de Wet op de kansspelen.”

Specifieke omstandigheden van het geval

Mijn directe vraag was wat deze ‘zeer specifieke omstandigheden van dit geval’ dan wel niet waren. Na het lezen van het daadwerkelijke besluit moet ik voorzichtig tot het besluit komen dat de Kansspelautoriteit hier wel haar tanden heeft willen laten zien, maar niet heeft willen bijten. Voor de heer [xxx] wellicht een goed resultaat, doch voor de handhaving van de Wet op de Kansspelen wellicht een grote gemiste kans.

De Kansspelautoriteit komt namelijk tot de volgende overwegingen:

  • De Kansspelautoriteit is bevoegd een boete op te leggen van maximaal € 780.000,00.
  • Bij de vaststelling van de boete wordt gekeken naar de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid.
  • Er wordt rekening gehouden met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd.
  • Er moet voldaan worden aan het evenredigheidsbeginsel, met als maatstaf dat de boete hoog genoeg moet zijn om de overtreder te weerhouden van het plegen van nieuwe overtredingen en ook voor andere (potentiele) overtreders een afschrikkende werking heeft.
  • Voor het kansspel was een gehele constructie bedacht via Costa Rica en Engeland, met de bedoeling de Nederlandse kansspelwetgeving te omzeilen.
  • De heer [xxx] heeft verklaard dat deze constructie zo was bedacht om een ‘legale’ loterij in Nederland te kunnen houden.
  • Het aanbieden van een kansspel zonder vergunning is een zeer ernstige overtreding.
  • Dit geldt te meer bij onderhavig kansspel, nu aan de prijs ook zeer aanzienlijke lasten zijn verbonden en de winnaar derhalve toch in de (financiële) problemen kan komen.
  • De loterij werd aangeboden van 3 oktober 2013 tot en met 23 oktober 2013.

Wel/Geen boete

Na deze uitzetting concludeert de Kansspelautoriteit dat toch geen boete wordt opgelegd omdat:

  • Dit kansspel een uitzonderlijk karakter kende, te weten het zijn van een alternatief voor de moeizame verkoop van de woning.
  • Er een zeer korte pleegperiode was en de overtreding snel werd beëindigd.
  • Het voorkomen van onmatig speelgedrag en kansspelverslaving in casu niet aan de orde waren.

Deze argumenten winnen het dus van de vaststelling dat sprake is van een zeer ernstige overtreding van de Wet op de Kansspelen. Daarbij lijkt met name het eerste punt van cruciaal belang te zijn, daar de Kansspelautoriteit ook nog de volgende mededeling doet:

“De Raad merkt daarbij overigens op dat in een toekomstige, vergelijkbare gevallen een boete wel in de rede ligt, nu een dergelijke loterij een privaat belang dient waarvoor geen vergunning kan worden verleend. Bovendien zal in een nieuw, vergelijkbaar geval, er geen sprake meer zijn van uitzonderlijkheid, maar van nabootsing of herhaling.”

De specifieke omstandigheden nader belicht

Hoewel het inderdaad goed zo kan zijn dat de heer [xxx] daadwerkelijk problemen ondervond met de reguliere verkoop van zijn villa, acht ik het van groter gewicht dat hij doelbewust heeft gehandeld en daarbij een gehele constructie heeft bedacht via Costa Rica en Engeland, iets wat weinig mensen zouden hebben gedaan. De Kansspelautoriteit heeft hem terecht als overtreder aangemerkt en heeft geoordeeld dat deze ernstige overtreding hem kan worden verweten. De moeilijke reguliere verkoop van de villa doet daar mijns inziens niets aan af.

De tweede specifieke omstandigheid is niet zo zeer gelegen in de sfeer van de overtreder, maar in de sfeer van de Kansspelautoriteit. Door het actief opereren van de Kansspelautoriteit, met het eerste contact met de heer [xxx] op 3 oktober 2012, heeft de overtreding niet tot volle wasdom kunnen komen. Indien de Kansspelautoriteit meer op de achtergrond had gehandeld, dat was dit heel anders geweest.

De derde specifieke omstandigheid is dit in werkelijk niet, nu de meeste loterijen minder verslavingsgevoelig zijn en mensen hierbij vaak niet worden aangezet tot onmatige deelname.

Al met al mijns inziens weinig specifieke omstandigheden van het geval die het afzien van een boete kunnen rechtvaardigen. Zeker indien men het afzet tegen de specifieke omstandigheden die mijns inziens iets nadrukkelijker gewogen hadden mogen worden, zoals het bewust opzetten van het kansspel, het feit dat de winnaar met deze prijs ernstig in de problemen kan komen en het dus een zeer ernstige overtreding van de Wet op de kansspelen betreft. Ook wordt hier een geheel nieuwe wending gegeven aan het evenredigheidsbeginsel: Deze boete van € 0,00 is hoog genoeg om de heer [xxx] te weerhouden van nieuwe overtredingen en is tevens hoog genoeg voor nieuwe overtreders, al dan niet in kracht bijgezet door voormelde mededeling van de Kansspelautoriteit. Een boete van € 780.000,00 was wellicht ook niet evenredig geweest, maar tussen € 0,00 en € 780.000,00 zit nog wel een klein verschil natuurlijk.

Wat niet is meegewogen

Daarbij acht ik van groot belang (hetgeen ik nergens terugvind in het besluit) dat het aangeboden kansspel strijdig is met alle drie de pijlers van het Nederlandse kansspelbeleid:

  1. Het kanaliseren van de menselijke speelzucht door een beperkt en genormeerd aanbod.
  2. Het ten goede laten komen van de opbrengsten aan de Staatskas of goede doelen.
  3. Het tegengaan van de illegaliteit.

Conclusie

In het wetsvoorstel waarmede de Kansspelautoriteit haar entree maakte, stond het navolgende vermeld: ‘in de praktijk bestaat dringend behoefte aan een daadkrachtige toezichthouder op de kansspelsector’2.

Vooralsnog concludeer ik dat de Kansspelautoriteit zich hier heeft opgesteld als een schoolmeester die de gehele klas een waarschuwing geeft dat ‘de volgende’ zich mag gaan melden bij de directeur, zulks in plaats van zich te gedragen als de gewenste daadkrachtige toezichthouder.

Mocht U naar aanleiding van het voorgaande nadere vragen hebben, neemt U dan contact met ons op.


Mr J. Wassinki
Advocaat

 


1 http://www.kansspelautoriteit.nl/nieuws/alle-nieuwsberichten/2014/januari/beslissing-zaak/
2 http://www.kansspelautoriteit.nl/over-ons/, pag. 5.


i Mr J. Wassink is als advocaat verbonden aan het kantoor Vissers Advocatuur te ’s-Hertogenbosch en onder andere gespecialiseerd in de Wet op de kansspelen.