Opzegging krediet door de bank

Met de teloorgang van de financiële markten inclusief faillissementen van diverse banken, zijn deze banken zwaar onder de loep gelegd. Dit leidde tot het in aanmerking nemen van verhoogde zorgplicht bij de bank, welk uitgangspunt men tevens terugvond bij het opzeggen van kredietfaciliteiten door banken. Deze opzeggingen werden, met een beroep op de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid bij duurovereenkomsten, door lagere rechters vaak van tafel geveegd en leidden even zo vaak tot schadevergoedingen aan (voormalige) schuldenaren. 

De diversiteit van uitspraken concentreerde zich op de rechtsvraag: "of een beroep op een opzeggingsgrond door de bank naar eisen van redelijkheid en billijkheid als onaanvaardbaar moet worden aangemerkt?" Vele factoren werden hierbij gewogen, die niet als limitatief kunnen worden aangemerkt. Deze onbalans in het recht lijkt nu door de Hoge Raad te zijn uitgebalanceerd in een arrest dat gegrondvest is op een geheel andere toepassing van de redelijkheid en billijkheid, hetgeen minder "bescherming" voor de schuldenaar oplevert.

De Hoge Raad heeft thans uitgemaakt dat aan het gebruikmaken van een overeengekomen opzeggingsgrond (in algemene voorwaarden) alleen het rechtsgevolg kan worden onthouden, indien de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid dit toelaat. De inhoud van de overeenkomst is dan ook uitgangspunt gebleven, hetgeen rechtszekerheid met zich meebrengt, indien de bank bij het aangaan van deze overeenkomst deze goed heeft uitgelegd, want dat element blijft. De bank dient tevens de belangen van haar cliënten te blijven wegen bij het aangaan van de overeenkomst. Maar is die overeenkomst er eenmaal, dan bindt deze partijen, ook qua opzeggingsgronden. De schuldenaar zal naar mijn overtuiging thans moet bewijzen dat het beroep op een opzeggingsgrond naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, terwijl in het recente verleden de bank zich moest houden aan zaken als proportionaliteit en subsidiariteit. De drempel om onaanvaardbaarheid aan te nemen, ligt namelijk bij de rechter veel hoger dan onrechtmatigheid, vandaar dat de positie van de schuldenaar mijns inziens verslechterd is. 

De bank zal bij het opzeggen zorgvuldig moeten wegen, waarbij verschillende onderdelen van een kredietfaciliteit (bijvoorbeeld een hypotheek, rekening courant en lening) apart moeten worden bekeken wegens hun invloed op de bedrijfsvoering. Oftewel; de zorgplicht blijft bij het aangaan van de overeenkomst en het beëindigen ervan, terwijl de aantasting van een opzegging voor de schuldenaar moeilijker wordt. Een afwachtende houding zal niet worden beloond, vandaar dat voortdurende communicatie met de bank aanbevelingswaardig is. 

Indien U vragen heeft over het bovenstaande, kunt U contact met ons kantoor opnemen.

Mr Johan Vissers
Advocaat