Rechtbank: Poker is geen kansspel

“Een onjuiste uitleg van het vonnis”

Eind vorige week schreven verschillende media een artikel onder de kop: ‘Rechtbank: Poker is geen kansspel’, naar aanleiding van een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van 23 januari 2014.

Volgens één van deze media zou de advocaat van de vrijgesproken verdachten, confrère Plasman, hebben gezegd dat als het OM nu niet in beroep gaat of een hoger beroep verliest, dit betekent dat iedereen in Nederland pokertoernooien mag organiseren of eraan mee mag doen. Dit komt enigszins overeen met zijn uitspraak:

“Nu twee rechtbanken tot vrijspraak zijn gekomen en het Openbaar Ministerie het hoger beroep heeft ingetrokken tegen de Haagse vrijspraak, ontstaat de situatie dat pokertoernooien ook zonder vergunning legaal zijn.”

Deze uitspraak heeft hij nader verduidelijkt in een interview met de redactie van Pokernews.nl1

Zowel de uitspraken van confrère Plasman, alsmede de koppen van de verschillende media, kunnen mijns inziens niet geheel als juist worden aanvaard, hetgeen ik nader wens te duiden.

Rechtbank: Poker is geen kansspel
Na bestudering van het vonnis kom ik niet tot de conclusie dat de rechtbank heeft geoordeeld dat poker geen kansspel is, zoals de media hebben bericht in lijn van de uitspraak van confrère Plasman.

Met confrère Plasman ben ik wel van mening dat de Wet op de kansspelen het richtingskader bevat en dat deze wet niet concreet regelt welke spelen wel en welke spelen geen kansspel zijn. Het moet gaan om een spel waarbij wordt medegedongen naar prijzen en/of premies, waarbij de aanwijzing der winnaars geschiedt door enige kansbepaling waarop de deelnemers in het algemeen geen overwegende invloed kunnen uitoefenen.

Het OM heeft verdachten gedagvaard wegens het aanbieden van een dergelijk spel, zonder vergunning van de Wet op de kansspelen. Het betreft hier een strafrechtelijk traject, waarbij het aan het OM is deze tenlastelegging te bewijzen. Dit is kennelijk niet gelukt. De rechtbank heeft echter niet geoordeeld dat poker geen kansspel is, doch enkel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat sprake was van een kansspel. De rechtbank heeft alle relevante feiten en omstandigheden van het specifieke geval (en zelfs juist de afwezigheid van bepaalde gegevens) daarbij in acht genomen.

Ik kom slechts tot de conclusie dat sprake is van een zeer casuïstische uitspraak, welke niet op elk willekeurig gehouden pokertoernooi kan worden toegepast. Uit het vonnis valt op te maken dat het zomaar anders had kunnen aflopen, zoals verduidelijkt wordt in het navolgende.

Rechtbank, rechtsoverweging 3.4.5
“Hierdoor vond een schifting plaats tussen (overwegend) de minder geoefende spelers die afvielen en (overwegend) geoefende spelers die doorgingen naar de eindronde (de finaletafel), hetgeen steun vindt in de waarneming van [medeverdachte B] en anderen in het dossier dat vaak dezelfde personen de finaletafel bereikten. In die zin is aannemelijk dat geoefende spelers het hiervoor genoemde effect van de kansbepaling (de ‘toevalsgenerator’) op de aanwijzing der winnaars van prijzen in belangrijke, zelfs overwegende mate ongedaan konden maken. Exact in welke mate dit gebeurde kan de rechtbank niet vaststellen. Uit het voorgaande kan in ieder geval niet volgen dat de toevalsgenerator een overwegende invloed had. De officier van justitie heeft tegen het voorgaande geen argumenten ingebracht die tot een andere conclusie nopen.”

Ik kan hier enkel in lezen dat de officier onvoldoende bewijs heeft geleverd. Door het aanwezige tegenbewijs (dezelfde personen bereikten vaak de finaletafel), oordeelt de rechtbank dat in het hier gespeelde spel de behendige spelers het effect van de kansbepaling op de aanwijzing der winnaars van prijzen in belangrijke, zelfs overwegende mate ongedaan konden maken. Derhalve geen oordeel dat het geen kansspel is, doch enkel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is.

“Wat daar ook van zij, aan de rechtbank ligt slechts de vraag voor die ziet op het spelresultaat (de aanwijzing der winnaars). Nu bij het onderhavige toernooi alle deelnemers aan de finaletafel een prijs ontvingen, maakt de mogelijk verminderde invloed van de spelers aan die tafel geen verschil bij de beoordeling van het verwijt.”

Ook hier worden (terecht) de specifieke omstandigheden van het toernooi meegenomen in het vonnis. Het vonnis had dus geheel anders kunnen zijn op het moment dat ook mensen die voor de finaletafel zouden zijn geëlimineerd in de prijzen zouden zijn gevallen. En wat te denken van de evenzo vaak gebruikte constructie dat het bereiken van de finaletafel nog geen garantie is op een prijs, omdat slechts de beste vijf uiteindelijk in de prijzen vallen.

“Om die reden zal voor een bewezenverklaring in deze zaak moeten komen vast te staan dat de meerderheid van de spelers het spel in de ten laste gelegde periode placht te spelen zonder de inzet, concentratie en ervaring die noodzakelijk zijn voor de behendigheid om het effect van de kansbepaling in overwegende mate ongedaan te kunnen maken. Dit kan niet uit het dossier in deze zaak volgen. (…) Het voorgaande leidt tot de slotsom dat het ten laste gelegde niet kan worden bewezen, zodat verdachte daarvan moet worden vrijgesproken.”

Een duidelijker beeld van het vonnis kan niet worden verkregen. De officier van justitie had een bewijsprobleem en daarom kan niet bewezen worden verklaard dat de meerderheid van de spelers geen overwegende invloed hadden op het spelresultaat. Wederom derhalve geen oordeel dat poker geen kansspel is, maar een op de casus toegespitst oordeel omtrent de afwezigheid van bewijsmiddelen. Maar wat nu als was gebleken (bijvoorbeeld door middel van verklaringen) dat de meerderheid van de spelers wel weinig ervaring en inzicht hadden in het spel?

Conclusie en aanbevelingen
Uit het voorgaande blijkt dat vooral de feiten en omstandigheden van het concrete geval en de aanwezigheid van bewijsmiddelen bepalend zijn voor de uitkomst van dergelijke procedures. Het succes van confrère Plasman in deze zaak staat en de motivering van de rechtbank is helder, doch het uitgaan van eenzelfde vonnis in andere zaken blijft een kansspel, hetgeen confrère Plasman terecht ook al heeft opgemerkt. Het gaat er namelijk om hoe het specifieke spel gespeeld wordt, alsmede hoe het toernooi georganiseerd is en wat het niveau is van de verschillende deelnemers. Ik wens potentiele aanbieders dan ook te waarschuwen voor het geval zij een beroep wensen te doen op het gelijkheidsbeginsel. Deze vlieger gaat namelijk niet meer op, op het moment dat geen sprake is van gelijke gevallen, welke verschillen minimaal kunnen zijn.

Daarnaast speelt, naast de strafrechtproblematiek, ook nog een heel ander probleem bij het aanbieden van pokerspelen, zijnde de bestuursrechtelijke kant van de zaak. Zo ongeveer alle vergunningen die worden verleend kunnen worden ingetrokken, op het moment dat er het vermoeden bestaat dat de vergunninghouder zich heeft ingelaten met strafbare feiten. Een onherroepelijke veroordeling behoeft niet aanwezig te zijn, slechts een vermoeden (bijvoorbeeld een proces-verbaal van de politie en inlichtingen van de criminele inlichtingen eenheid) is reeds voldoende om intrekking te rechtvaardigen. Het is derhalve de vraag of men zich dit alles op de hals wenst te halen, daar de mogelijkheid bestaat dat alle vergunningen reeds onherroepelijk zijn ingetrokken, op het moment dat nog geen onherroepelijk vonnis in de strafrechtprocedure aanwezig is.

Mocht U naar aanleiding van het voorgaande nadere vragen hebben, neemt U dan contact met ons op.

 

Mr J. Wassinki

 


1  http://nl.pokernews.com/nieuws/2014/01/rechtbank-amsterdam-pokeren-geen-kansspel-14292.htm
i Mr J. Wassink is als advocaat verbonden aan het kantoor Vissers Advocatuur te ’s-Hertogenbosch en onder andere gespecialiseerd in de Wet op de kansspelen.