Voorlopig getuigenverhoor

als inzet onrechtmatig handelen van de overheid in een civiele procedure na strafrechtelijke veroordeling?

Soms bevinden rechters zich op het snijvlak van hun rechtsgebied. Een voorbeeld van hoe hiermee wordt omgegaan, blijkt uit het vonnis van de Rechtbank Den Haag van 21 oktober 2015 (ECLI:RBDHA:2015:12108). De verzoeker heeft een verzoekschrift tot het toestaan van een voorlopig getuigenverhoor ingediend. De verzoeker wilde getuigen horen om zodoende aan te tonen dat de overheid onrechtmatig zou hebben gehandeld. Daar gingen diverse strafrechtelijke onderzoeken, procedures en een strafrechtelijke veroordeling aan vooraf. De onrechtmatigheid zou vooral gelegen zijn in de onregelmatigheden in de vooronderzoeken.

De Rechtbank bepaalde dat de getuigenverklaringen niet van waarde kunnen zijn in de beoogde civiele zaak. Reden hiervoor was dat het verzoek, althans een hernieuwde beoordeling door de burgerlijke rechter, in strijd is met het gesloten stelsel van rechtsmiddelen in strafzaken. Zolang de strafrechtelijke veroordeling en/of het daaraan voorafgegane onderzoek via de strafrechtelijke rechtsmiddelen niet is aangetast, dient in een civiele procedure van de juistheid te worden uitgegaan.

Het is derhalve naar het oordeel van de Rechtbank niet mogelijk om via een voorlopig getuigenverhoor bij de civiele rechter, nader bewijs te vergaren om het handelen door de overheid in een (strafrechtelijk) vooronderzoek, c.q. strafrechtelijke procedure, alsnog onrechtmatig te doen laten zijn.

Indien U vragen heeft, kunt U contact opnemen met ondergetekende.

Mevrouw Mr Nathalie van Beurden
Advocaat