Wijziging in het arbeidsrecht

Op 18 februari jongstleden heeft de Tweede Kamer ingestemd met het wetsvoorstel Wet en Zekerheid. Verwacht wordt dat ook de Eerste Kamer binnenkort zal instemmen. Met het aannemen van 40 amendementen is er veel gesleuteld aan de wet en eerdere berichtgevingen over de wet Werk & Zekerheid zijn dan ook niet meer juist of volledig. Wij geven U hierbij een update van de belangrijkste veranderingen:

Wijzigingen per 1 juli 2014

Proeftijd
Voor contracten van 6 maanden of korter die worden gesloten vanaf 1 juli 2014 zal het bedingen van een proeftijd niet langer mogelijk zijn.

Non-concurrentiebeding
Het is vanaf 1 juli 2014 niet langer toegestaan om een non-concurrentiebeding in een arbeidscontract voor bepaalde tijd op te nemen, tenzij er sprake is van een zwaarwichtig belang aan de zijde van de werkgever. Dit belang moet zeer nauwkeurig worden opgenomen in het beding. Zonder de motivering van het belang is het beding nietig.

Aanzegplicht bij einde contract bepaalde tijd
Voor alle contracten voor bepaalde tijd van 6 maanden of langer die na 1 augustus 2014 eindigen (de wet treedt in werking per 1 juli 2014, maar er geldt een overgangstermijn van 1 maand), zal de werkgever uiterlijk 1 maand voor het einde van het dienstverband voor bepaalde tijd de werknemer schriftelijk moeten informeren over het al dan niet voortzetten van dit dienstverband (aanzegplicht). Als de werkgever deze plicht verzuimt, moet hij de werknemer een vergoeding betalen ter grootte van 1 maandsalaris.

Uitzendbeding
Op grond van het huidige recht is het uitzendbureaus toegestaan om in de overeenkomst met de uitzendkracht te bedingen dat de uitzendovereenkomst van rechtswege eindigt doordat de opdracht met de inlener eindigt (uitzendbeding). Deze werking van dit beding is thans beperkt tot 26 weken, maar kan bij cao worden verlengd. Per 1 juli 2014 wordt deze mogelijkheid om de duur van het beding bij cao te verlengen beperkt tot 78 weken.

Loondoorbetalingsverplichting in oproep- en uitzendcontracten
Bij oproep- en uitzendcontracten kunnen werkgevers gedurende de eerste 6 maanden uitsluiten dat er aanspraak bestaat op loon, ook als het niet kunnen aanbieden van werk aan de oproepkracht voor rekening van de werkgever komt (bijv. bij ziekte). Bij cao kan van deze duurbeperking worden afgeweken en kan de duur van de uitsluiting worden verlengd. Vanaf 1 juli zal afwijking ten nadele van de oproepcontractant bij cao alleen mogelijk zijn, als de werkzaamheden in de bij cao te bepalen functies incidenteel van aard zijn en geen vaste omvang kennen. Voor uitzendcontracten wordt deze mogelijkheid om bij cao af te wijken beperkt tot 78 weken.

Wijzigingen per 1 juli 2015

Opvolgende arbeidsovereenkomsten (ketenregeling)
In het oorspronkelijke wetsvoorstel zou per 1 juli 2014 de wijziging ingaan, dat na 2 jaar aaneengesloten dienstverband al een contract voor onbepaalde tijd ontstaat. Dit is thans uitgesteld tot 1 juli 2015. Het maximum aantal contracten dat binnen die twee jaar gesloten kan worden, blijft 3 (ketenregeling).

Bij cao mag de maximale duur van de ketenregeling worden verlengd van 2 jaar naar maximaal 4 jaar en het aantal contracten worden verhoogd van maximaal 3 naar maximaal 6, maar deze cao-afwijkingen zijn wel aan strikte voorwaarden gebonden.

Ook de tussenpoos tussen de contracten voor bepaalde tijd om de keten te doorbreken wordt per 1 juli 2015 verlengd van 3 maanden naar 6 maanden.

Ontslag
Per 1 juli 2015 zal slechts één ontslagroute mogelijk zijn en zal de keuze voor de te voeren procedure worden bepaald door de ontslaggrond. Ontslag wegens bedrijfseconomische omstandigheden en langdurige ziekte verlopen via het UWV. Bij ontslag vanwege persoonlijke redenen moet de route via de kantonrechter worden gevolgd. Na afloop van de ontslagprocedure zal de mogelijkheid van hoger beroep open staan.

De ontslagvergoeding zal worden omgevormd tot een transitievergoeding. Alleen werknemers met een dienstverband langer dan twee jaar kunnen hierop aanspraak maken. De vergoeding is gebaseerd op de duur van het dienstverband: voor de eerste 10 jaar van het dienstverband wordt 1/6 van het maandsalaris per 6 maanden dienstverband berekend voor de vergoeding. De vergoeding bedraagt maximaal € 75.000,-. Alleen wanneer er sprake is van ernstig verwijtbare gedragingen van de werkgever, kan de kantonrechter naast de transitievergoeding een extra vergoeding naar billijkheid toekennen.

De mogelijkheid tot het sluiten van een beëindigingovereenkomst blijft bestaan, maar werknemers krijgen het recht om binnen veertien dagen terug te komen op hun eerdere instemming.

Advies

Wilt U meer weten over het nieuwe arbeidsrecht of uw organisatie goed voorbereiden op de verwachte wijzigingen, dan kunt U uiteraard contact met ons opnemen, waarbij wij U altijd van een passend advies kunnen voorzien.

 

Mevrouw Mr F.A. Verberk-Elich
Advocaat